Terug naar alle artikelen

Hoe weten we hoeveel besmettelijke mensen er zijn?

Als iemand het coronavirus oploopt, dan kan deze persoon een tijd lang anderen met het virus besmetten. Het is dus belangrijk om te weten hoeveel besmettelijke mensen er zijn. Hoe weten we hoe groot deze groep in Nederland is? We leggen het uit in dit artikel.

Vrouw niest in haar elleboog.

Dit artikel geeft uitleg bij de pagina Besmettelijke mensen.

Als iemand het coronavirus oploopt, dan kan deze persoon een tijd lang anderen met het virus besmetten. Hoe lang iemand besmettelijk is, verschilt van persoon tot persoon. Hoeveel besmettelijke mensen er op een bepaald moment zijn kunnen we niet precies meten, maar wel berekenen.

Berekenen van het aantal besmettelijke mensen

Het RIVM bepaalt het aantal besmettelijke mensen op basis van de ziekenhuisopnames en de gegevens die het krijgt van het Pienter Corona-onderzoek.

Het Pienter Corona-onderzoek vindt eens in de 2 à 3 maanden plaats. Het is een steekproef onder een grote groep mensen die een doorsnee vormen van de Nederlandse bevolking. Mensen van alle leeftijden, uit dorpen en steden in het hele land. Het onderzoek bestaat uit een uitgebreide vragenlijst en een bloedafname. Het bloed wordt gebruikt om te meten of er antistoffen tegen het coronavirus in zitten.

Op basis van het onderzoek en het aantal ziekenhuisopnames van COVID-19-patiënten tot dat moment, maakt het RIVM een berekening. Zo weet het RIVM het aantal besmette mensen per COVID-19-patiënt die in het ziekenhuis terechtkomt, per leeftijdsgroep. Door dit te vermenigvuldigen met de gemiddelde duur dat een persoon besmettelijk is, kan het RIVM het aantal besmettelijke mensen in de bevolking berekenen.

Het aantal besmettelijke mensen in Nederland was 60.944 op 31 mei 2021.

Door de tijd heen

Dit cijfer is altijd het aantal besmettelijke mensen van één tot twee weken geleden, omdat recentere berekeningen niet betrouwbaar genoeg zijn. Twee keer per week, op dinsdag en vrijdag, krijgt het dashboard de cijfers van het RIVM. Dit zijn dan wel cijfers voor iedere dag van de week, want het wordt voor iedere dag berekend.

De grootte van de groep besmettelijke mensen verandert natuurlijk door de tijd heen. In het plaatje hieronder is dat goed te zien (de grafiek met de laatste cijfers is altijd op het dashboard te bekijken). Op 15 mei bijvoorbeeld, op de blauwe lijn in de grafiek, zijn er naar schatting 105.032 besmettelijke mensen. Omdat het een berekening is, is er ook een onzekerheid. Dat is de blauwe pluim om de lijn heen; de onzekerheidsmarge op 15 mei is tussen de 72.434 en 138.286 personen.

Grafiek met het aantal besmettelijke mensen door de tijd heen.

Reproductiegetal en besmettelijke mensen hangen samen

De groep besmettelijke mensen en het reproductiegetal – dat is het aantal mensen dat besmet wordt door één besmettelijke persoon – hangen met elkaar samen. Bij een reproductiegetal groter dan 1 geldt: hoe groter de groep besmettelijke mensen, hoe sneller het coronavirus zich verspreidt. Een hoog reproductiegetal en veel besmettelijke mensen versterken elkaar dus.

Een rekenvoorbeeld: stel dat het reproductiegetal 1,5 is. Als het aantal besmettelijke mensen 100 is, besmetten deze mensen dan 150 andere mensen. Maar als het aantal besmettelijke mensen 100.000 is, besmetten zij 150.000 andere mensen. Dat zijn dan al snel héél veel mensen.

Onderwerpen