Cijferverantwoording
- Cijferverantwoording

Infectieradar

Waar komen de cijfers vandaan?

Zelfgerapporteerde positieve testen
De cijfers over het percentage deelnemers aan Infectieradar dat een positieve testuitslag meldde, komen van het RIVM. De gegevens zijn beschikbaar als open data en worden gepresenteerd op de website van Infectieradar.

Hoe komen de cijfers tot stand?

Zelfgerapporteerde positieve testen
Deelnemers aan Infectieradar worden wekelijks gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen. In deze vragenlijst wordt gevraagd naar klachten die te maken kunnen hebben met het coronavirus.

Voor het berekenen van het percentage positieve testuitslag worden alleen de deelnemers meegenomen die in die kalenderweek tenminste één vragenlijst hebben ingevuld. Een kalenderweek loopt van maandag tot en met zondag. Vragenlijsten en positieve testen van nieuwe deelnemers worden in de eerste week van hun deelname nog niet meegenomen.

De uitslagen van de ingestuurde neus- en keelmonsters van het zelftest-onderzoek dat sinds september 2022 loopt, worden niet meegenomen bij de berekening van het percentage positief.

Deelnemers met COVID-19-achtige klachten
De klachten van een infectie met het coronavirus SARS-CoV-2 lijken steeds meer op de klachten van andere luchtwegvirussen. Daarom kijkt het RIVM voor het zicht op luchtweginfecties niet meer naar COVID-19-achtige klachten maar naar algemene klachten van acute luchtweginfecties. Het monitoren van klachten volgens de oude definitie van COVID-19-achtige klachten stopt per 8-11-2023 en wordt vervangen door het monitoren van algemene klachten van luchtweginfectie.

Het percentage deelnemers aan Infectieradar met klachten die passen bij een acute luchtweginfectie ligt wat hoger dan dat van COVID-19-achtige klachten omdat keelpijn en neusverkoudheid niet in de definitie van COVID-19-achtige klachten zaten en wel in de algemene definitie van klachten van luchtweginfectie.