Rijksoverheid

Dashboard coronavirus

Het dashboard coronavirus geeft informatie over de ontwikkeling van het coronavirus in Nederland. Lees meer

Over risiconiveaus

Iedere week wordt bekeken of de situatie rond het coronavirus zich positief of negatief ontwikkelt. Dan beoordelen het Rijk, de GGD’en, het RIVM en de veiligheidsregio’s samen de situatie. De minister van VWS stelt vervolgens vast op welk risiconiveau een regio zit. Moeten we waakzaam zijn (niveau 1), is de situatie zorgelijk (niveau 2),is de situatie ernstig (niveau 3), of is de situatie zelfs zeer ernstig te noemen (niveau 4)?

Op basis van het risiconiveau nemen het Rijk en/of de veiligheidsregio passende maatregelen. Maatregelen zijn afhankelijk van de lokale situatie en kunnen daarom tussen regio’s verschillen.

Wat bepaalt het risiconiveau van een regio?

In welk risiconiveau een regio zit, wordt bepaald door te kijken naar de situatie van een regio, die van de omliggende regio’s en de situatie in de rest van het land. Dit gebeurt op basis van informatie van het coronadashboard, het weekrapport van het RIVM, de duiding van de GGD’en en de duiding van de veiligheidsregio’s.

Voor het risiconiveau van een regio wordt gelet op een aantal aspecten, bijvoorbeeld:

  • Hoe snel neemt het aantal nieuwe besmettingen toe?
  • Zijn er extra maatregelen nodig voor kwetsbare groepen?
  • Hoe effectief is het bron- en contactonderzoek nog?
  • Hoe goed worden de maatregelen nageleefd?
  • Is er nog voldoende zorg beschikbaar?

Wanneer gaat een regio naar ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ of ‘zeer ernstig’?

  • Een regio gaat in principe van ‘waakzaam’ naar ‘zorgelijk’ als er in een week meer dan 50 positieve testuitslagen per 100.000 inwoners zijn. Dit komt overeen met het elke dag overschrijden van de signaalwaarde van 7 positieve testuitslagen per 100.000 inwoners. Ook telt mee als meer dan 5 procent van de afgenomen testen positief is.
  • Een regio gaat in principe van ‘zorgelijk’ naar ‘ernstig’ als er in een week meer dan 150 positieve testuitslagen per 100.000 inwoners zijn. Of als meer dan 10 procent van de afgenomen testen positief is.
  • Een regio gaat in principe over van ‘ernstig’ naar ‘zeer ernstig’ als er meer dan 250 positieve testuitslagen per 100.000 inwoners zijn gedurende een week. Als in meerdere regio’s de situatie zeer ernstig is, gelden de zwaarste maatregelen voor het hele land.

Elke maandag berekent het RIVM welke regio’s hieraan voldoen. In de dagen erna wordt dieper in de situatie in deze regio’s gedoken. Als de situatie inderdaad zorgelijk of ernstig is, kan de minister van VWS (Hugo de Jonge) besluiten een regio op een hoger risiconiveau te zetten. Bovenstaande criteria zijn dus bedoeld als ‘leidraad’. Ook wanneer een regio nog niet de grenswaarden bereikt heeft om op te schalen, kan op basis van de context en duiding besloten worden om een regio op te schalen.

Wanneer kan een regio terug naar een lager risiconiveau?

Bij het bepalen of een regio terug kan naar een lager risiconiveau wordt grote voorzichtigheid betracht. Naast het aantal nieuwe besmettingen wordt gekeken of de capaciteit in de zorg dit toelaat. Ook als het aantal nieuwe besmettingen afneemt kan de zorg immers nog te maken hebben met een groot aantal patiënten die nog herstellende zijn van corona. Daarbij moet ook het zorgpersoneel de kans krijgen om op adem te komen. Voorkomen moet worden dat het virus zich weer snel verspreidt en de zorg overvraagd wordt.

Wat betekenen de vier risiconiveaus?

  1. Waakzaam. De situatie is beheersbaar. Het aantal nieuwe besmettingen is laag. Kwetsbare groepen dienen alert te zijn. Het bron-en contactonderzoek is overwegend effectief. Maatregelen worden voldoende nageleefd en zijn te handhaven. Er is voldoende zorgcapaciteit. Aanvullende maatregelen zijn erop gericht om de bestaande aanpak beter te laten functioneren.
  2. Zorgelijk. De situatie ontwikkelt zich negatief. Het aantal nieuwe besmettingen neemt toe. Maatwerk is nodig om kwetsbare groepen te beschermen. Als de situatie voortduurt, wordt het bron- en contactonderzoek ineffectief. Maatregelen worden onvoldoende nageleefd. De druk op de zorgcapaciteit neemt toe. De bestaande aanpak moet met aanvullende maatregelen worden versterkt om de verspreiding van het virus weer onder controle te krijgen en terug te keren naar een beheersbare situatie.
  3. Ernstig. Hard ingrijpen is noodzakelijk om verdere escalatie te voorkomen en terug te keren naar een beheersbare situatie. Het aantal nieuwe besmettingen neemt snel toe. Intensief maatwerk is nodig om kwetsbare groepen te beschermen. Het bron- en contactonderzoek is niet meer effectief, waardoor het zicht op de verspreiding afneemt. Maatregelen worden onvoldoende nageleefd. De zorgcapaciteit is onvoldoende. Maatregelen zijn erop gericht om (regionale) overbelasting van de zorg te voorkomen, kwetsbaren te beschermen en weer zicht op de verspreiding van het virus te krijgen.
  4. Zeer ernstig. Strenge, landelijke maatregelen zijn noodzakelijk om verdere escalatie te voorkomen en terug te keren naar een beheersbare situatie (waakzaam). Er zijn zeer veel mensen besmettelijk en het dagelijks aantal nieuwe besmettingen is hoog. Het bron- en contactonderzoek is niet meer effectief, waardoor het zicht op de verspreiding van het virus beperkt is. Maatregelen worden onvoldoende nageleefd. De regionale zorgcapaciteit is onvoldoende en een deel van de reguliere zorg is al afgeschaald. Maatregelen zijn erop gericht om landelijk en regionaal overbelasting van de zorg te voorkomen, kwetsbaren te beschermen en het virus weer maximaal te controleren.