Cijferverantwoording

Op het dashboard staan veel cijfers die informatie geven over de ontwikkeling van het coronavirus in Nederland. Op deze plek lichten we toe welke bronnen de basis vormen voor deze cijfers en hoe deze cijfers tot stand komen.

Waar komen de cijfers vandaan?

Het RIVM levert dagelijks de cijfers over het aantal gezette prikken. Het RIVM levert weekcijfers over het aantal gevaccineerde mensen; deze cijfers komen op woensdag op het dashboard. De data zijn op dit moment nog niet beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?

Het aantal gemelde prikken komt uit data die de GGD'en doorgeven aan het RIVM. Het RIVM houdt in CIMS bij hoeveel prikken GGD-priklocaties, de ziekenhuizen, de instellingen en de huisartsen hebben gezet. Maar de gegevens in CIMS zijn nog niet compleet, omdat nog niet alle huisartsen en instellingen aan het RIVM melden hoeveel prikken zij hebben gezet.

Ondanks de ontbrekende gegevens in CIMS, willen we een zo goed mogelijk beeld geven van het aantal gezette prikken en het aantal gevaccineerde mensen. Daarom toont het dashboard een berekening van het RIVM van het aantal gezette prikken in instellingen en huisartsenpraktijken en van het aantal gevaccineerde mensen.

Volledig gevaccineerde mensen

Van de vaccins van BioNTech/Pfizer, Moderna en AstraZeneca zijn normaal twee prikken nodig voor een volledige vaccinatie. Maar mensen die corona hebben gehad, zijn na één prik al volledig gevaccineerd. In de grafiek tellen deze mensen mee als ‘gedeeltelijk gevaccineerd’, omdat het op dit moment nog niet mogelijk is om in de data onderscheid te maken tussen mensen die maar één prik nodig hebben en mensen die er twee nodig hebben. Het aantal volledig gevaccineerden ligt in werkelijkheid dus hoger.

Bij een klein deel van de prikken die door de GGD’en zijn gezet, staat in CIMS niet vermeld met welk vaccin dit is gedaan. Deze prikken zijn niet meegerekend in de grafiek, omdat niet duidelijk is of het om prikken voor een gedeeltelijke of volledige vaccinatie gaat.

Veranderingen in de cijfers

Verbetering berekend aantal prikken

Het aantal prikken in instellingen en bij huisartsen blijkt van 6 januari tot en met 27 april niet goed te zijn berekend door een programmeerfout in het rekenmodel van het RIVM. We hebben de cijfers op 29 april 2021 met terugwerkende kracht verbeterd op het dashboard. Lees de uitgebreide toelichting op de website van het RIVM.

Minder verspilling

Tot 13 april hield het RIVM rekening met 5% verspilling. Uit data van de GGD'en blijkt dat 1% een betere aanname is van de verspilling bij instellingen en huisartsen. Dit is op 13 april met terugwerkende kracht aangepast.

Waar komen de cijfers vandaan?

De cijfers komen uit het gedragsonderzoek van het RIVM. Het RIVM levert deze cijfers aan als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?

De cijfers zijn een optelsom van deelnemers aan het onderzoek die al gevaccineerd zijn en deelnemers die gevaccineerd willen worden. In het gedragsonderzoek krijgen mensen de vraag of zij een uitnodiging hebben gehad voor vaccinatie. Het percentage op het dashboard bij ‘vaccinatiebereid of al gevaccineerd’ bestaat uit de som van vier antwoordcategorieën, namelijk: 1) uitnodiging ontvangen en al gevaccineerd, 2) uitnodiging ontvangen en afspraak gemaakt, 3) uitnodiging ontvangen en van plan afspraak te maken, en 4) nog geen uitnodiging ontvangen maar wil wel gevaccineerd worden.

Veranderingen in de cijfers

Tot en met ronde 11 van het onderzoek (gehouden van 20 t/m 26 april) werd onderzoek gedaan naar de vaccinatiebereidheid van mensen die nog geen uitnodiging hadden gehad voor vaccinatie. Alleen mensen die nog geen uitnodiging hadden gehad, kregen de vraag of zij een prik willen hebben tegen COVID-19. Omdat steeds meer mensen een uitnodiging hebben gehad, levert deze vraagstelling na verloop van tijd een vertekend beeld op.

Vanaf ronde 12 (gehouden van 11 t/m 17 mei) is de vraagstelling daarom aangepast zoals hierboven beschreven onder ‘Hoe komen de cijfers tot stand?’.

Andere cijfers over vaccinatiebereidheid

Er zijn ook andere terugkerende onderzoeken die de vaccinatiebereidheid meten, bijvoorbeeld het onderzoek van I&O research en het onderzoek van Ipsos. Het RIVM doet ook nog een ander onderzoek (WP3) dat de vaccinatiebereidheid meet, maar dit onderzoek wordt minder vaak uitgevoerd. Het CBS doet onderzoek per kwartaal.

De uitkomsten van de onderzoeken kunnen verschillen. Dit komt onder andere doordat het RIVM in het gedragsonderzoek alleen de mensen meetelt die duidelijk ‘ja’ antwoorden op de vraag of ze een prik willen krijgen, terwijl andere onderzoeken ook alle mensen meetellen die ‘waarschijnlijk wel’ een prik willen. Ook kan de datum van het onderzoek invloed hebben op de vaccinatiebereidheid, omdat de vaccinatiebereidheid verandert over tijd.

Waar komen de cijfers vandaan?

Gegevens over de leveringen en de voorraad zijn afkomstig van het RIVM. Deze gegevens zijn nog niet beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?

Geleverde en gecontroleerde vaccins & gezette prikken in totaal

Het dashboard toont in de grafiek ‘Geleverde en gecontroleerde vaccins & gezette prikken in totaal’ hoeveel vaccins in totaal geleverd én gecontroleerd zijn. Op nieuwe leveringen worden standaard eerst een aantal controles uitgevoerd. Daarna zijn de vaccins beschikbaar voor toediening. Het RIVM houdt in de berekende aantallen rekening met 1% verspilling. Vaccins die bestemd zijn voor het Caribisch gebied (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius) zijn niet opgenomen in de cijfers. Ook vaccins die zijn gedoneerd aan bijvoorbeeld Suriname zijn niet meegeteld.

De aantallen in de grafiek ‘Geleverde en gecontroleerde vaccins & gezette prikken in totaal’ liggen lager dan in de overige cijfers en grafieken over leveringen en voorraden op deze pagina, omdat in de overige cijfers en grafieken geen rekening wordt gehouden met verspilling en de vaccins voor het Caribisch gebied wél zijn meegeteld.

Leveringen

Het dashboard toont in de grafiek ‘Leveringen’ de vaccins die Nederland krijgt. Het RIVM gaat uit van 6,9 doses per flesje voor BioNTech/Pfizer, 10 doses per flesje voor Moderna, 11 doses per flesje voor AstraZeneca en 5 doses per flesje voor Janssen. Voor sommige vaccins kunnen dit andere hoeveelheden zijn dan de fabrikant aangeeft.

Voorraad per type vaccin

Het dashboard toont in de grafiek ‘Voorraad per type vaccin’ de totale en de beschikbare voorraad per type vaccin bij de centrale opslaglocatie. De totale voorraad bevat de beschikbare en de nog niet beschikbare voorraad. De beschikbare voorraad omvat vrije voorraad en veiligheidsvoorraad. De nog niet beschikbare voorraad zijn de vaccins die nog gecontroleerd moeten worden. De omvang van de voorraden fluctueert. Vlak na een nieuwe levering is de totale voorraad van een vaccin relatief hoog, vlak voor de volgende levering uit controle komt, is de beschikbare voorraad laag.

Veranderingen in de cijfers

In de berekende aantallen in de grafiek 'Geleverde en gecontroleerde vaccins & gezette prikken in totaal' werd tot 13 april rekening gehouden met 5% verspilling. Uit data van de GGD'en blijkt dat 1% een betere aanname is van de verspilling bij instellingen en huisartsen. Dit is op 13 april met terugwerkende kracht aangepast.

Waar komen de cijfers vandaan?
Aantal ziekenhuisopnames
De cijfers over het aantal ziekenhuisopnames komen van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Bezetting gewone ziekenhuisbedden
De cijfers over de bezetting van gewone ziekenhuisbedden exclusief IC bedden komen van het LCPS. Deze data zijn beschikbaar als open data. Per 19 juni 2021 levert het LCPS de cijfers alleen op doordeweekse dagen.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Aantal ziekenhuisopnames
Het RIVM baseert zich op informatie die wordt verzameld door Stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie). De stichting verzorgt de registratie van COVID-19-patiënten op de Intensive Care (IC) en verpleegafdelingen. De cijfers bevatten zowel patiënten die op de verpleegafdeling zijn opgenomen als patiënten die rechtstreeks op de IC zijn opgenomen.

Het kan voorkomen dat ziekenhuisopnames later gemeld worden. Op het dashboard tonen we het aantal meldingen van één dag. Doordat er elke dag meldingen ontbreken én meldingen bijkomen van eerdere dagen, geeft dit cijfer toch een goed beeld van de dagelijkse ziekenhuisopnames.

Het LCPS verzamelt sinds oktober 2020 ook cijfers over nieuwe ziekenhuisopnames. Toch gebruiken we de cijfers van NICE. Dit doen we omdat de cijfers van het LCPS alleen op geaggregeerd niveau beschikbaar zijn. Ze geven bijvoorbeeld geen informatie over de leeftijd en het geslacht van patiënten. Dat maakt de cijfers van het LCPS te beperkt voor dit dashboard en onbruikbaar voor het RIVM.

Bezetting gewone ziekenhuisbedden
Het LCPS registreert hoeveel bedden op de verpleegafdelingen bezet zijn door COVID-19-patiënten. De gegevens vóór 1 juni 2020 zijn mogelijk minder betrouwbaar, omdat het LCPS toen nog bezig was de registratie op te zetten.

Aanpassingen in de cijfers
Tot en met 16 december 2020 gebruikte het dashboard cijfers uit de Osiris database. De gegevens in Osiris zijn voornamelijk afkomstig van de GGD’en. Osiris kent echter een aanzienlijke onderrapportage van ziekenhuisopnames doordat de GGD’en niet altijd meer informatie krijgen over ziekenhuisopnames van COVID-patiënten. Het bestand van NICE is completer, maar hanteert ook een ruimere definitie van ziekenhuisopname. Osiris neemt alleen de patiënten mee die vanwege COVID-19 in het ziekenhuis liggen, terwijl NICE ook ziekenhuisopnames rapporteert van patiënten met COVID-19, maar die om een andere reden in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Verschillen tussen de cijfers
Er zijn verschillen tussen de registratiesystemen van LCPS en NICE. Het systeem van LCPS richt zich op de bedbezetting (capaciteit), het systeem van NICE op patiënten. Een toename van de bezetting zegt maar voor een deel iets over het aantal nieuwe patiënten. Zo is een bed bijvoorbeeld niet meteen beschikbaar als er een patiënt is ontslagen. Ook is het mogelijk dat één bed gedurende de dag door meerdere patiënten bezet wordt. Beide dataverzamelingen bevatten dus verschillende gegevens en dienen andere doelen. De cijfers zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

Waar komen de cijfers vandaan?
IC-opnames
De cijfers over nieuwe IC-opnames komen van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Bezetting IC-bedden
De cijfers over de bezetting van IC-bedden komen van het LCPS. Deze data zijn beschikbaar als open data. Per 19 juni 2021 levert het LCPS de cijfers alleen op doordeweekse dagen.


Hoe komen de cijfers tot stand?
IC-opnames
Het RIVM baseert zich op informatie die wordt verzameld door Stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie). De stichting verzorgt de registratie van COVID-19-patiënten op de Intensive Care (IC) en verpleegafdelingen. De IC-opnames die via het RIVM worden gemeld, zijn inclusief eventuele IC-opnames van Nederlandse patiënten in Duitse ziekenhuizen. Dat is omdat dit cijfer primair bedoeld is om verspreiding van COVID-19 en het effect op het ziekteverloop in kaart te brengen.

Bezetting IC-bedden
In de data van het LCPS staan zowel het aantal IC-bedden bezet door COVID-19-patiënten, als het aantal IC-bedden bezet door overige patiënten. Het percentage IC-bedden met COVID-19-patiënten wordt berekend door het aantal IC-bedden bezet met COVID-19-patiënten, te delen door het totaal aantal bezette IC-bedden. De bezetting van IC-bedden is exclusief eventuele Nederlandse patiënten in Duitsland. Dat is omdat dit cijfer primair bedoeld is om capaciteit op Nederlandse IC’s te tonen.

De gegevens vóór 1 juni 2020 zijn mogelijk minder betrouwbaar, omdat het LCPS toen nog bezig was de registratie op te zetten.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over het aantal positief geteste mensen komen van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Aantal positieve testen

Het gaat om het aantal positief geteste mensen die aan het RIVM gemeld zijn in de afgelopen 24 uur, tot 10.00 op de dag van publicatie van het cijfer. De gebruikte datum is de datum van melding door de GGD bij het RIVM. Dat is dus niet hetzelfde als de datum waarop mensen zijn getest.

Artsen en laboratoria moeten besmettingen met infectieziekten melden bij de GGD. Particuliere organisaties en individuen nemen echter ook tests af. De uitslagen hiervan worden niet altijd bij de GGD gemeld of de melding telt niet mee omdat de gebruikte test niet voldoet aan de normen van het RIVM. Commerciële testers zijn wel verplicht positieve testgevallen te melden aan de GGD. Het (dagelijks) aantal besmettingen dat we op het dashboard tonen geeft dus geen compleet beeld. Houd daar rekening mee bij het interpreteren van dit cijfer.

Het doorgeven van cijfers is deels mensenwerk. Het komt voor dat op het moment dat het RIVM de balans opmaakt over het laatste etmaal, nog niet alle besmettingen goed zijn doorgegeven door de GGD’en. Ontbrekende meldingen worden dan later alsnog doorgegeven. Het ontbreken van meldingen of het vertraagd doorgeven van meldingen kan het dagelijkse beeld vertekenen. Het voortschrijdende gemiddelde filtert dit soort fluctuaties eruit en geeft daarom vaak een beter beeld.

Groeigetal
Het Groeigetal (of G-getal) geeft de procentuele ontwikkeling van het aantal positieve tests in de afgelopen 7 dagen ten opzichte van het aantal positieve tests in de 7 dagen ervoor. Voor de berekening van het Groeigetal moeten cijfers beschikbaar zijn van 14 rapportagedagen (de afgelopen 7 dagen + de 7 dagen ervoor).

De historie van het Groeigetal wordt dagelijks opnieuw berekend door het Ministerie van VWS op basis van de data van het RIVM, zodat eventuele correcties vanuit het RIVM op aantallen positieve tests verwerkt zijn in het historische verloop van het Groeigetal. De berekening van het Groeigetal sluit aan bij de methode die door Stichting IPSE Studies wordt gehanteerd. Het Groeigetal is geïntroduceerd door de Volkskrant.

Aanpassingen in de cijfers
Het RIVM kan ook met terugwerkende kracht correcties uitvoeren op eerder gepubliceerde cijfers. Deze correcties komen dan in het open databestand te staan en worden overgenomen door het dashboard. Het databestand registreert op niveau van veiligheidsregio en gemeente. Om tot landelijke gegevens te komen tellen we alle meldingen bij elkaar op. In het aanleverbestand wordt voor sommige meldingen de gemeente en/of veiligheidsregio niet vermeld, omdat die gegevens ontbreken. Die kunnen dan niet op dat niveau worden getoond, maar wel op landelijk niveau.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over het aantal positief geteste personen via GGD-teststraten komen van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Voor het berekenen van het percentage positief geteste mensen wordt alleen gekeken naar de tests die via de GGD plaatsvinden en waarvan de testuitslag bekend is. We bereken het zevendaags gemiddelde van de testuitslagen van tests die zijn afgenomen tot en met twee dagen geleden. Tests die daarna zijn afgenomen, worden niet meegenomen in de berekening omdat het tijd kost voordat de uitslag van een test binnen is. Zo weten we dat de meeste testuitslagen binnen zijn en het percentage positieve tests de verhouding juist weergeeft.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over het aantal besmettelijke mensen komen twee keer per week (op dinsdag en vrijdag) van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Als iemand het coronavirus oploopt, is deze persoon een tijd lang besmettelijk voor anderen. Hoe lang dit duurt, verschilt van persoon tot persoon. Het exacte aantal besmettelijke mensen is onbekend, maar het RIVM kan wel berekenen tussen welke waarden het zich waarschijnlijk bevindt. Dit cijfer wordt berekend op basis van de data uit het Pienter Corona onderzoek en het aantal ziekenhuisopnames.

Aanpassingen in de cijfers
Tussen 1 juni 2020 en 13 oktober 2020 werd dit cijfer berekend op basis van de data uit de eerste ronde van het Pienter Corona onderzoek, het aantal ziekenhuisopnames en het aantal positieve testen. Vanaf 13 oktober wordt dit cijfer berekend op basis van de data uit de tweede ronde van het Pienter Corona onderzoek en het aantal ziekenhuisopnames. In de tweede ronde van het Pienter Corona onderzoek is een grotere groep mensen op een besmetting met het virus onderzocht. Ook is er meer inzicht gekregen of en hoe besmettelijk mensen zijn die besmet zijn met het coronavirus.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over het reproductiegetal komen twee keer per week (op dinsdag en vrijdag) van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data. Het reproductiegetal (R) is geen exacte waarde, maar een betrouwbare schatting.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Voor de schatting van dit reproductiegetal gebruikt het RIVM het aantal gemelde positieve coronatestuitslagen per dag. Voor een groot deel van de gemelde gevallen is de eerste ziektedag bekend, in andere gevallen wordt deze geschat. Als er geen sprake is van klachten gaat het RIVM uit van de dag waarop mensen klachten zouden hebben ontwikkeld als ze klachten hadden gehad.

Door het aantal coronagevallen per datum van eerste ziektedag te tonen is direct te zien of het aantal infecties toeneemt, piekt of afneemt. Voor de berekening van het reproductiegetal is het ook nodig te weten wat de tijdsduur is tussen de eerste ziektedag van een coronageval en de eerste ziektedag van zijn of haar besmetter. Deze tijdsduur is gemiddeld 4 dagen, berekend op basis van coronameldingen aan de GGD. Met deze informatie wordt vervolgens de waarde van het reproductiegetal berekend.

Hoe actueel zijn de cijfers?
Het Coronadashboard geeft als meest actuele waarde de R weer van minimaal twee weken geleden. Schattingen van de R recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar als voorspeller, maar kunnen wel een indicator zijn voor de uiteindelijke waarde. Hoe recenter een dag is, hoe kleiner de betrouwbaarheid. Dit komt onder andere doordat nog niet alle cijfers bekend zijn voor die dagen.

Aanpassingen in de cijfers
Tot 12 juni 2020 werd het reproductiegetal berekend op basis van COVID-19-ziekenhuisopnames, omdat er tot dan toe minder getest werd. Tot 3 november liet de tabel voor de laatste twee weken geen waarde voor R zien, maar werd wel de boven- en ondergrens geprojecteerd in een soort ‘pluim’. Met ingang van 3 november is deze ‘pluim’ niet meer zichtbaar op het dashboard.

Waar komen de cijfers vandaan?
Aantal overleden COVID-19-patiënten
De cijfers over sterfte komen van het RIVM. Deze data is beschikbaar als open data.

Verdeling naar leeftijd
De grafiek met de leeftijdsverdeling op landelijk niveau is gebaseerd op een ander open databestand van het RIVM.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Aantal overleden COVID-19-patiënten
Het gaat om het aantal overleden COVID-19-patiënten dat gemeld is aan het RIVM in de afgelopen 24 uur. De getoonde datum is de datum van melding door de GGD bij het RIVM. Dat is dus niet hetzelfde als de datum waarop mensen zijn overleden. Het werkelijke aantal overleden COVID-19-patiënten is hoger dan het aantal overleden personen gemeld door het RIVM, omdat er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19.

Verdeling naar leeftijd
Iedereen onder de 50 jaar wordt in dezelfde leeftijdsgroep geplaatst, omdat die gegevens vanwege de kleine aantallen (in combinatie met de uitsplitsing van COVID-19-sterfte elders op het dashboard) te herleiden zouden zijn naar individuen.

Waar komen de cijfers vandaan?
De algemene sterftecijfers (sterftemonitor) komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Hoe komen de cijfers tot stand?
De gegevens worden wekelijks bijgewerkt. De verwachte sterfgevallen per week zijn onderdeel van een prognose die het CBS één keer per jaar maakt.

Waar komen de cijfers vandaan?

Het RIVM levert de cijfers aan als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?

GGD’en voeren het bron- en contactonderzoek (BCO) uit bij mensen met een positieve testuitslag. Hierbij onderzoeken de GGD’en onder andere in welke situatie iemand mogelijk besmet is. De GGD’en hebben 21 mogelijke situaties van besmettingen benoemd. Voor het overzicht op het dashboard, hebben we deze 21 situaties verdeeld over acht categorieën. In onderstaand overzicht staan de acht categorieën met de situaties die onder de betreffende categorie vallen.

1. Thuis en bezoek

  • Thuissituatie (huisgenoten inclusief niet-samenwonende partner)
  • Bezoek in de thuissituatie (van of bij familie, vrienden, enz.)

2. Werk

  • Werksituatie

3. School en kinderopvang

  • School en kinderopvang

4. Gezondheidszorg

  • 1e lijn gezondheidszorg / huisarts
  • 2e lijn gezondheidszorg / ziekenhuis
  • Overige gezondheidszorg
  • Verpleeghuis of woonzorgcentrum voor ouderen
  • Woonvoorziening voor mensen met een beperking
  • Overige woonvoorziening
  • Dagopvang voor ouderen en mensen met een beperking

5. Bijeenkomsten

  • Feest (feest, verjaardag, borrel, bruiloft, enz.)
  • Studentenvereniging/-activiteiten
  • Vrijetijdsbesteding, zoals sportclub
  • Religieuze bijeenkomsten
  • Koor
  • Uitvaart

6. Reizen

  • Medereiziger / reis / vakantie
  • Vlucht

7. Horeca

  • Horeca

8. Overig

  • Overig

Als er in een regio veel positief geteste mensen zijn, kan de druk op het BCO-proces hoog worden. Dit kan ertoe leiden dat de informatie in die regio op dat moment niet volledig is. Het dashboard toont over die periode dan geen gegevens voor de betreffende regio.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over de verpleeghuiszorg zijn afkomstig van het RIVM. Het RIVM levert de cijfers aan als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Positief geteste bewoners
Het RIVM merkt een persoon als een verpleeghuisbewoner aan als deze volgens de gegevens van het centrale administratiesysteem OSIRIS een bewoner is van een verpleeghuis of van een woonzorgcentrum voor ouderen. De GGD vraagt voor iedere nieuw positief geteste persoon of dit een verpleeghuisbewoner of een bewoner van een woonzorgcentrum voor ouderen is. Als niet bekend is of een persoon in een verpleeghuis of in een woonzorgcentrum voor ouderen woont, gebruikt het RIVM de oude definitie (zie hieronder bij 'Veranderingen in de cijfers').

Besmette locaties
Het RIVM heeft het totaal aantal verpleeghuislocaties per veiligheidsregio bepaald op basis van de lijst van Zorgkaart Nederland. Verpleeghuizen met dezelfde postcode rekent het RIVM tot één verpleeghuislocatie. Het RIVM volgt hierbij dezelfde logica als bij het bepalen van het aantal besmette locaties. Het totaal aantal verpleeghuislocaties per veiligheidsregio is nodig om het percentage besmette verpleeghuislocaties te berekenen. Voor het landelijke totaal van verpleeghuislocaties tellen we de totalen van alle veiligheidsregio's bij elkaar op.

Overleden bewoners
Het aantal overleden verpleeghuisbewoners tonen we op basis van de datum van overlijden. Deze datum is echter niet altijd bekend. Als dit zo is, dan tonen we deze gevallen niet op het dashboard.

Landelijke cijfer
Soms blijkt uit de aangeleverde data niet om welke veiligheidsregio het gaat. Het landelijke cijfer (op de pagina Landelijk) kan hierdoor hoger uitvallen dan het totaal van de cijfers van de verschillende veiligheidsregio's (op de pagina Veiligheidsregio's).

Gemiddelde over 7 dagen
In de grafiek over het aantal positief geteste bewoners en in de grafiek over het aantal overleden bewoners tonen we ook een gemiddelde over 7 dagen.

Veranderingen in de cijfers
Tot eind september 2020 gebruikte het RIVM een definitie (zie hieronder bij 'Oude definitie') om te bepalen of een positief getest persoon verpleeghuisbewoner is. Dit leidde tot een flinke overschatting van het aantal besmette verpleeghuislocaties. Sinds 1 juli 2020 registreren de GGD'en bij iedere melding of een nieuw besmette persoon in een verpleeghuis woont. Het RIVM gebruikt deze registratie sinds 29 september 2020. De cijfers op het dashboard geven vanaf dat moment – met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2020 – een veel beter beeld van het werkelijke aantal besmette personen en verpleeghuislocaties.

Oude definitie
Volgens de oude definitie is iemand een verpleeghuisbewoner als deze persoon voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

  • OSIRIS kan de persoon op basis van de postcode koppelen aan een bekende verpleeghuislocatie of een woonzorgcentrum voor ouderen.
  • OSIRIS kan de persoon op basis van de postcode koppelen aan een plaats waar de besmetting mogelijk heeft plaatsgevonden met de naam 'verpleeghuis' of een daaraan gerelateerde term.
  • OSIRIS kan de persoon aan de hand van een andere term in het systeem in verband brengen met een verpleeghuis of woonzorgcentrum voor ouderen.

Daarnaast moet de persoon voldoen aan elk van deze voorwaarden:

  • De persoon is ouder dan 70 jaar.
  • De persoon is geen gezondheidsmedewerker.
  • De persoon heeft geen beroep.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over de gehandicaptenzorg zijn afkomstig van het RIVM. Het RIVM levert de cijfers aan als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Positief geteste bewoners
Sinds 1 juli 2020 registreren de GGD'en bij iedere melding of een nieuw besmette persoon een bewoner is van een gehandicaptenzorginstelling. Het RIVM merkt een persoon aan als een bewoner van een gehandicaptenzorginstelling als deze volgens de gegevens van het centrale administratiesysteem OSIRIS een bewoner is van een gehandicaptenzorginstelling. Als niet bekend is of een persoon in een gehandicaptenzorginstelling woont, dan telt het RIVM de persoon mee als bewoner als deze voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

  • De persoon is geen zorgmedewerker en de locatie van de besmetting is een 'gehandicaptenzorginstelling'.
  • De persoon is geen zorgmedewerker en kan op basis van de inhoud van vrije tekstvelden gelinkt worden aan een gehandicaptenzorginstelling.

Locaties
Met locaties bedoelen we de 2586 gehandicaptenzorglocaties die volgens Zorgkaart Nederland bekend zijn als woning voor personen met een beperking in Nederland. Het RIVM heeft het totaal aantal locaties per veiligheidsregio aangeleverd. Locaties met dezelfde postcode rekent het RIVM tot één locatie. Het RIVM volgt hierbij dezelfde logica als bij het bepalen van het aantal besmette locaties. Het totaal aantal locaties per veiligheidsregio is nodig om het percentage besmette locaties te berekenen. Voor het landelijke totaal van locaties tellen we de totalen van alle veiligheidsregio's bij elkaar op.

Overleden bewoners
Het aantal overleden bewoners van een gehandicaptenzorglocatie tonen we op basis van de datum van overlijden. Deze datum is echter niet altijd bekend. Als dit zo is, dan tonen we deze gevallen niet op het dashboard.

Landelijke cijfer
Soms blijkt uit de aangeleverde data niet om welke veiligheidsregio het gaat. Het landelijke cijfer (op de pagina Landelijk) kan hierdoor hoger uitvallen dan het totaal van de cijfers van de verschillende veiligheidsregio's (op de pagina Veiligheidsregio's).

Gemiddelde over 7 dagen
In de grafiek over het aantal positief geteste bewoners en in de grafiek over het aantal overleden bewoners tonen we ook een gemiddelde over 7 dagen.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over thuiswonende 70-plussers zijn afkomstig van het RIVM. Het RIVM levert de cijfers aan als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Het RIVM baseert zich op testresultaten en sterfgevallen die de GGD'en bij het RIVM melden. Bij een positieve testuitslag registreren de GGD'en (onder meer) hoe oud iemand is en of de persoon in een verpleeghuis of een instelling voor gehandicaptenzorg woont. Het RIVM bepaalt het aantal (nieuwe) besmettingen van thuiswonenden van 70 jaar of ouder door het totaal aantal (nieuwe) besmettingen in de leeftijdsklasse 70 jaar of ouder vast te stellen en deze te verminderen met het aantal besmettingen:

  • onder bewoners van een instelling
  • onder mensen die werkzaam zijn in de zorg
  • onder mensen die via hun postcode gelinkt kunnen worden aan een verpleeghuis of een locatie voor gehandicaptenzorg
  • onder mensen die op basis van de locatie van besmetting gelinkt kunnen worden aan een verpleeghuis of een locatie voor gehandicaptenzorg

Het aantal overleden personen tonen we op basis van de datum van overlijden. Deze datum is echter niet altijd bekend. Als dit zo is, dan tonen we deze gevallen niet op het dashboard.

Aantal positief geteste 70-plussers per 100.000
Om groepen mensen met elkaar te kunnen vergelijken, rekenen we sommige cijfers om naar cijfers per 100.000 mensen. Zo ook voor thuiswonenden van 70 jaar en ouder. Het CBS houdt bij hoeveel personen van 70 jaar of ouder in een particulier huishouden woont ('StatLine - Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari' (cbs.nl)). Het gaat in totaal om circa 2,3 miljoen personen in heel Nederland.

Landelijke cijfer
Soms blijkt uit de aangeleverde data niet om welke veiligheidsregio het gaat. Het landelijke cijfer (op de pagina Landelijk) kan hierdoor hoger uitvallen dan het totaal van de cijfers van de verschillende veiligheidsregio's (op de pagina Veiligheidsregio's).

Gemiddelde over 7 dagen
In de grafiek over het aantal positief geteste 70-plussers en in de grafiek over het aantal overleden 70-plussers tonen we ook een gemiddelde over 7 dagen.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over rioolwatermeting komen van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
De rioolwatermetingen worden gedaan bij alle rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) in het hele land en geven dus informatie voor heel Nederland. Vanuit de RWZI’s gaan monsters van ongezuiverd rioolwater gekoeld naar het RIVM. Onderzoekers van het RIVM analyseren deze monsters en zoeken uit hoeveel coronavirusdeeltjes erin zitten. Voor elke locatie analyseren de onderzoekers minimaal eens per week rioolwater dat in 24 uur verzameld is. Per week kan het aantal succesvolle metingen variëren. In de open data staat per datum bij welke locaties met succes gemeten is.

Bij een meting kan het aantal virusdeeltjes in het rioolwater zo laag zijn, dat het niet gemeten wordt. Dan staat de meetwaarde op 0.

Het CBS heeft in samenwerking met de waterschappen het aantal aangesloten inwoners per RWZI in kaart gebracht. Dit stelt het RIVM in staat om het aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners te berekenen.

Veranderingen in de berekeningen
Vanaf 4 maart 2021 berekent het dashboard ook voor gemeenten die geen eigen rioolwaterzuivering hebben hoeveel virusdeeltjes er in het rioolwater zitten. Dit doen we door de metingen van de rioolwaterzuiveringen te gebruiken waar deze gemeenten op aangesloten zijn en door te kijken naar de bevolkingscijfers van het CBS. Ook zijn tegelijkertijd andere berekeningen aangepast. Kijk onder het kopje ‘Hoe komen de cijfers tot stand’ hierboven voor de rekenmethode.

In 2020 zijn twee meetlocaties opgeheven en de gebieden hiervan zijn overgenomen door twee andere locaties. In de week van 5 oktober is locatie Aalst door Zaltbommel overgenomen, en in de week van 7 december is locatie Lienden door Tiel overgenomen. Hierdoor wordt vóór deze weken met een verlaagd inwoneraantal gerekend voor locatie Zaltbommel en Tiel. Deze aantallen, en die van Aalst en Lienden, zijn te vinden in de 2020 versie van de tabel van het CBS.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over patiënten met COVID-19-achtige klachten bij huisartsen komen wekelijks op donderdag van het Nivel. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Het Nivel ontvangt elke week gegevens over de zorg die huisartsen aan patiënten leverden, via een representatieve steekproef onder zo'n 350 huisartsenpraktijken in heel Nederland. Op basis hiervan berekent het Nivel het aantal patiënten met COVID-19-achtige klachten in de afgelopen week. Dit doet het Nivel op basis van diagnosecodes die de huisartsen aanvinken en aanvullende omschrijvingen die wijzen op COVID-19-achtige klachten. De diagnosecodes zijn:

  • acute infectie bovenste luchtwegen
  • andere infectie(s) luchtwegen
  • influenza
  • pneumonie
  • andere virusziekte(n)
  • andere infectieziekte
  • koorts
  • benauwdheid
  • hoesten

Om een grotere precisie te bereiken, berekent het Nivel elke week de cijfers van de voorgaande weken opnieuw. Het neemt hierbij gegevens mee die pas later bekend werden.

Waar komen de cijfers vandaan?
De uitkomsten van het gedragsonderzoek komen elke drie weken van het RIVM. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Het RIVM laat elke drie weken met een enquête onderzoeken in hoeverre mensen de coronaregels volgen en steunen. Aan het RIVM-onderzoek ‘Naleving van en draagvlak voor de basis gedragsregels’ doen ongeveer 5000 mensen van 16 jaar en ouder mee.

Veranderingen in de cijfers
Vanaf meetronde 12 van het onderzoek (11-17 mei) heeft het RIVM de vragen over twee gedragsregels aangepast.

Avondklok
De avondklok is op 28 april 2021 afgeschaft. Het RIVM meet het volgen en steunen van deze maatregel daarom ook niet meer. Op het dashboard tonen we cijfers over de avondklok tot 26 april.

Blijf thuis bij klachten
Tot en met meetronde 11 (11-17 mei) kon het voorkomen dat het RIVM ten onrechte een aantal mensen optelde bij de groep die geen gehoor gaf aan de gedragsregel 'blijf thuis bij klachten'. Dit waren de mensen die COVID-achtige klachten hadden en naar buiten gingen, maar pas nadat ze negatief waren getest. Ook kon het voorkomen dat mensen om een (dringende) medische reden naar buiten gingen zonder eerst negatief getest te zijn. Mensen die dat deden, voldoen wel aan de gedragsregel, ondanks dat zij niet thuisbleven. Vanaf meetronde 12 heeft het RIVM de meting daarom aangepast.

Omdat het RIVM de vraag heeft aangepast, tonen we op het dashboard alleen de data op basis van de nieuwe vraagstelling. De oude data staan nog wel in de open data van het RIVM.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over de CoronaMelder-app komen van het ministerie van VWS. Deze data zijn beschikbaar als open data.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Waarschuwingen voor besmetting

Op het dashboard laten we zien hoeveel (positief geteste) gebruikers van CoronaMelder andere app-gebruikers hebben gewaarschuwd dat zij mogelijk besmet zijn geraakt. Dit cijfer komt uit de statistieken van het GGD-portaal.

Aantal downloads
Ook laten we zien hoeveel mensen de CoronaMelder-app hebben gedownload. Dit cijfer is een optelsom van de dagelijkse downloadstatistieken uit:

  • Google Play Store (Android)
  • App Store Connect (iOS)
  • AppGallery Connect (Huawei)

Waar komen de cijfers vandaan?
Positieve testen
Het RIVM levert de cijfers over leeftijden van positief geteste personen aan als open data.

Ziekenhuis- en IC-opnames
Het RIVM levert de cijfers over de leeftijden van opgenomen patiënten aan als open data.

Leeftijdsverdeling Nederlandse bevolking
Cijfers over de leeftijdsverdeling van de bevolking komen uit open data van het CBS.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Positieve testen
De cijfers over leeftijden van positief geteste personen komen uit een andere databron dan de cijfers over positieve testen, omdat in de dataset over positieve testen geen leeftijden staan. In de twee datasets worden verschillende datums gebruikt.

De gebruikte datums in het bestand met de leeftijden zijn:

• de eerste ziektedag
• als dat niet bekend is: de dag van de (eerste) positieve laboratoriumuitslag
• als dat ook niet bekend is: de dag waarop de melding bij de GGD binnenkwam

Het bestand over positieve testen gebruikt de datum van melding door het RIVM. Deze datum ligt per positieve testuitslag meestal verder in de toekomst dan de datums die in het bestand met de leeftijden staan. Daarnaast zijn er positieve testuitslagen van mensen waarvan de leeftijd onbekend is. Er zijn daarom verschillen tussen de grafiek voor het absolute aantal positief geteste personen en de grafiek met de leeftijden van positief geteste personen.

De grafiek toont gemiddelden over de afgelopen 7 dagen. Om leeftijdsgroepen met elkaar te kunnen vergelijken, berekenen we aantallen per 100.000 mensen.

Ziekenhuis- en IC-opnames
In de data staan per leeftijdsgroep de weektotalen van de opnames die in die week hebben plaatsgevonden (bron Stichting NICE, bewerkt door RIVM). De grafieken bij ziekenhuis- en IC-opnames tonen die weektotalen. Om leeftijdsgroepen met elkaar te kunnen vergelijken, berekenen we aantallen per 1.000.000 mensen uit een specifieke leeftijdsgroep. De bevolkingsgrootte per leeftijdsgroep bepalen we aan de hand van de CBS-indeling.

Rekenvoorbeeld
Het gemiddelde over de afgelopen 7 dagen van het aantal positieve tests van mensen ouder dan 90 jaar is op 1 oktober 2020: 26,14. De totale omvang van de leeftijdsgroep mensen ouder dan 90 jaar in Nederland is: 129.831.
Het aantal positieve tests per 100.000 uit de leeftijdsgroep 90+ is dan: 100.000 / 129.831 * 26,14 = 20,13.

Door dit met alle leeftijdsgroepen te doen, kunnen we de groepen met elkaar vergelijken.

Het landelijk gemiddelde in de leeftijdsgrafiek is het gemiddelde met alle gevallen waarvan de leeftijd bekend is. Bij een vergelijking van bijvoorbeeld de leeftijdsgroep 90+ met het landelijk gemiddelde, bestaat dit landelijke gemiddelde uit alle leeftijdsgroepen inclusief die van 90+.

De laatste dagen in de grafiek zijn nog niet compleet. Het RIVM vult met terugwerkende kracht de cijfers aan en kan ook correcties doorvoeren.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over de inwoneraantallen komen van het CBS, peildatum 1 januari 2020.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Om gemeenten met elkaar te kunnen vergelijken, rekenen we sommige cijfers om naar cijfers per 100.000 mensen. Dat doen we zodat we grotere gemeenten en kleinere gemeenten beter met elkaar kunnen vergelijken. Als we dat niet zouden doen, zouden bijvoorbeeld gemeenten als Amsterdam en Rotterdam altijd hoge cijfers hebben, omdat daar veel meer mensen wonen dan in kleinere gemeenten.

Voorbeeld:
In Katwijk hebben op 3 mei 2021 in totaal 47 mensen een positieve testuitslag gehad.
Er wonen volgens cijfers van het CBS 65.753 mensen in Katwijk.
De rekensom die we dan maken is 47 / 65.753 * 100.000 ≈ 71,5.
Per 100.000 mensen hebben in Katwijk op 3 mei dus 71,5 mensen een positieve testuitslag gehad.

In Amsterdam hebben op 3 mei 2021 in totaal 455 mensen een positieve testuitslag gehad.
Er wonen volgens cijfers van het CBS 872.757 mensen in Amsterdam.
We maken dan dezelfde rekensom: 455 / 872.757 * 100.000 = 52,1.
Per 100.000 mensen hebben in Amsterdam op 3 mei dus 52,1 mensen een positieve testuitslag gehad.

In Amsterdam wonen meer mensen dan in Katwijk, maar door om te rekenen naar positieve testuitslagen per 100.000 mensen kunnen we de twee gemeenten met elkaar vergelijken. Op 3 mei 2021 hadden in Katwijk die dag meer mensen per 100.000 inwoners een positieve testuitslag dan in Amsterdam.

Omdat het aantal per 100.000 mensen een berekening is, kan er een cijfer achter de komma staan.

Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers over de inwoneraantallen komen van het CBS, peildatum 1 januari 2020.

Hoe komen de cijfers tot stand?
Om te bekijken hoe de situatie in een veiligheidsregio is, bekijken we onder meer hoeveel mensen uit een veiligheidsregio in de afgelopen 7 dagen in een ziekenhuis zijn opgenomen per 1 miljoen inwoners. Dat doen we zodat we veiligheidsregio’s met veel inwoners beter kunnen vergelijken met veiligheidsregio’s met minder inwoners. Als we dat niet zouden doen, zouden bijvoorbeeld dichtbevolkte veiligheidsregio’s zoals de veiligheidsregio Utrecht hogere cijfers hebben, omdat daar meer mensen wonen dan in minder dichtbevolkte veiligheidsregio’s.

Voorbeeld:
In de veiligheidsregio Groningen zijn in de periode van 3 tot en met 9 mei 2021 in totaal 38 mensen opgenomen in een ziekenhuis.
Er worden volgens de cijfers van het CBS 585.866 mensen in de veiligheidsregio Groningen.
De rekensom die we dan maken is 38 / 585.866 * 1.000.000 ≈ 64,9.
Per 1.000.000 mensen zijn in de veiligheidsregio Groningen van 3 tot en met 9 mei dus 64,9 mensen opgenomen in een ziekenhuis.

In de veiligheidsregio Utrecht zijn in de periode van 3 tot en met 9 mei in totaal 71 mensen opgenomen in een ziekenhuis.
Er wonen volgens cijfers van het CBS op dat moment 1.354.834 mensen in de veiligheidsregio Utrecht.
We maken dan dezelfde rekensom: 71 / 1.354.834 * 1.000.000 = 52,4.
Per 1.000.000 mensen zijn in de veiligheidsregio Utrecht van 3 tot en met 9 mei dus 52,4 mensen opgenomen in een ziekenhuis.

Omdat het aantal per 1.000.000 mensen een berekening is, kan er een cijfer achter de komma staan.

In verschillende grafieken op het dashboard laten we naast de cijfers per dag ook een gemiddelde over de laatste zeven dagen zien. Door verschillen per dag kunnen grafieken op basis van dagelijkse cijfers een wisselend beeld geven. Door alle meldingen van zeven dagen op te tellen en te delen door zeven, ontstaat een gemiddelde van de afgelopen zeven dagen. Dit geeft een overzichtelijk beeld van de trend.

Voorbeeld
Op maandag 10 mei is het gemiddelde over de afgelopen zeven dagen een gemiddelde van 3 tot en met 9 mei. We tellen alle cijfers van die dagen bij elkaar op en delen dat door zeven.
Op dinsdag 11 mei doen we hetzelfde, maar dan over de dagen van 4 tot en met 10 mei.
Zo krijgen we elke dag een nieuw gemiddelde over de afgelopen zeven dagen en kunnen we de trend goed bekijken.

Op het dashboard gebruiken we 'waarde van' om de datum aan te geven waarover de cijfers gaan. We gebruiken 'verkregen op' om aan te geven op welke datum we de data hebben ontvangen. Zo maken we duidelijk hoe actueel de data zijn, met name voor indicatoren die terugkijken in de tijd.

Een voorbeeld van een onderwerp waarbij ‘verkregen op’ meer zegt over hoe actueel de data zijn dan ‘waarde van’, is het reproductiegetal ofwel R. Het RIVM publiceert dit getal twee keer per week, maar de R gaat altijd over een datum van twee weken geleden. We vermelden dan op het dashboard:

  • bij 'waarde van': de datum van twee weken geleden
  • bij 'verkregen op': de datum waarop het RIVM de R voor het laatst publiceerde

Op het dashboard staat dan bijvoorbeeld: ‘Waarde van donderdag 13 mei verkregen op vrijdag 28 mei’.

Op 1 januari 2021 vond een gemeentelijke herindeling plaats, waarbij verschillende gemeenten zijn gefuseerd. Het RIVM heeft deze gemeentelijke herindeling per 7 januari verwerkt in de data die het aanlevert voor het Coronadashboard. We hebben op het dashboard de kaarten met de gemeenten en de kaarten met de veiligheidsregio's aangepast aan de gewijzigde grenzen. De cijfers uit 2020 die horen bij de gemeenten die niet meer bestaan, hebben we toegevoegd aan de cijfers van de gemeenten waarmee ze zijn samengevoegd.