Rijksoverheid

Dashboard coronavirus

Het dashboard coronavirus geeft informatie over de ontwikkeling van het coronavirus in Nederland. Lees meer

Cijferverantwoording

In dit dashboard staan verschillende cijfers die ons vertellen hoe het ervoor staat met beheersen van COVID-19. Op deze plek geven we meer toelichting over de wijze waarop de cijfers zijn samengesteld.

Risiconiveaus

Er zijn veel gegevens over het coronavirus. Iedere week wordt bekeken of de situatie zich positief of negatief ontwikkelt. Dan beoordelen het Rijk, de GGD’en, het RIVM en de veiligheidsregio’s samen de situatie en stellen risiconiveaus vast. Moeten we waakzaam zijn (niveau 1), is de situatie zorgelijk (niveau 2) of is de situatie zelfs ernstig te noemen (niveau 3)? Zo is voor iedereen in één oogopslag duidelijk hoe het ervoor staat met het coronavirus per regio. Afhankelijk van het risiconiveau kunnen bestuurders maatregelen treffen. Daarbij wordt altijd gekeken naar de effecten van de maatregelen op de samenleving en de economie. De maatregelen zijn maatwerk en kunnen per regio verschillen.

Wat betekenen de drie risiconiveaus?

  1. Waakzaam. Er is sprake van een beheersbare situatie. Het aantal nieuwe besmettingen is laag. Kwetsbare groepen dienen alert te zijn. Het bron-en contactonderzoek is overwegend effectief. Maatregelen worden voldoende nageleefd en zijn te handhaven. Er is voldoende regionale zorgcapaciteit beschikbaar. Aanvullende maatregelen zijn erop gericht om de bestaande aanpak beter te laten functioneren.

  2. Zorgelijk. De situatie ontwikkelt zich negatief. Het aantal nieuwe besmettingen neemt toe. Maatwerk is nodig om kwetsbaren groepen te beschermen. Als de situatie voortduurt, wordt het bron- en contactonderzoek ineffectief. Maatregelen worden onvoldoende nageleefd. De druk op de regionale zorgcapaciteit neemt toe. De bestaande aanpak moet met aanvullende maatregelen worden versterkt om de verspreiding van het virus weer onder controle te krijgen en terug te keren naar een beheersbare situatie.

  3. Ernstig. Hard ingrijpen is noodzakelijk om verdere escalatie te voorkomen en terug te keren naar een beheersbare situatie (waakzaam). Het aantal nieuwe besmettingen neemt snel toe. Het bron- en contactonderzoek is niet meer effectief, waardoor het zicht op de verspreiding afneemt. Maatregelen worden onvoldoende nageleefd. De regionale zorgcapaciteit is onvoldoende. Maatregelen zijn erop gericht om (regionale) overbelasting van de zorg te voorkomen, kwetsbaren te beschermen en weer zicht op de verspreiding van het virus te krijgen.

Correctie cijfers 2 september in aantal positief geteste mensen

Vanwege een eerdere technische storing bij het RIVM ontbreekt een aantal meldingen in de rapportage van 1 september. Deze meldingen zijn opgenomen in de rapportage van 2 september. Hierdoor is het aantal nieuwe positief geteste personen gemeld op 2 september (734) bijna 300 meldingen hoger dan op 1 september (462).

Intensive care-bezetting

Deze gegevens worden dagelijks aangeleverd als open data door Stichting NICE. De brondata heeft betrekking op de afgelopen 24 uur. De berekening van de intensive care-bezetting bestaat uit COVID-19-patiënten met een bewezen besmetting.

Uit de data van het bronbestand wordt het gemiddelde berekend van de afgelopen drie dagen, dus exclusief vandaag. Door de waarden van elke dag (gisteren, eergisteren en de dag daarvoor) bijeen te tellen, te delen door drie en de uitkomst hiervan af te ronden naar één cijfer achter de komma komen we tot het gemiddelde.

Ziekenhuisopnames

Deze gegevens worden dagelijks aangeleverd als open data door het RIVM. Het bestand wordt dagelijks om 10:00 online gezet en registreert het aantal ziekenhuisopnames in de afgelopen 24 uur.

Vanaf 1 september voegt het RIVM de data van Stichting NICE toe als bron voor de landelijke cijfers over ziekenhuisopnamen in de wekelijkse update van de epidemiologische situatie van COVID-19 in Nederland. Het dashboard blijft zoals voorheen nog de OSIRIS-database van het RIVM gebruiken. De reden hiervoor is dat de gegevens van Stichting NICE nog niet uitgesplitst kunnen worden naar regio en gemeente.

Sinds 1 mei 2020 worden alleen opnames meegenomen waarbij niet is aangegeven dat de opname om een andere reden dan COVID-19 was. Dit geeft weer hoeveel mensen ernstig ziek zijn door COVID-19. Dit getal is één van de indicatoren van het verloop van de epidemie.

Het bronbestand registreert op gemeenteniveau. Om tot landelijke gegevens te komen tellen we alle meldingen per gemeente bij elkaar op. Om deze gegevens te vertalen naar het niveau van de veiligheidsregio’s wordt deze deze CBS-indeling gebruikt. Let op: in het aanleverbestand wordt voor sommige meldingen de gemeente niet vermeld. Deze kunnen daarom niet worden gekoppeld op veiligheidsregio en gemeente niveau. Wel worden deze meldingen meegenomen bij het tonen van het landelijk cijfer. Deze dataset is geëxporteerd en opgeslagen als een JSON-bestand. Uit de data van het bronbestand wordt het gemiddelde berekend van de laatste drie dagen, dus inclusief de opnames tot 10:00 vandaag. Door de nieuwe opnames van elke dag (vandaag, gisteren en eergisteren) bijelkaar op te tellen, te delen door drie en de uitkomst hiervan af te ronden naar één cijfer achter de komma komen we tot het gemiddelde. Omdat ons doel vroegsignalering is, baseren we ons op de meest recente gegevens en de datum van melding.

Aantal positief geteste mensen

Deze gegevens worden dagelijks gepubliceerd als open databestand door het RIVM Het bestand wordt dagelijks om 10:00 online gezet en registreert het aantal positief geteste mensen die aan het RIVM gemeld zijn in de afgelopen 24 uur. De datum die gebruikt wordt, is de datum van melding. Dat is dus niet hetzelfde als de datum waarop mensen zijn getest.

Het RIVM kan met terugwerkende kracht correcties uitvoeren op eerder gepubliceerde cijfers. Deze correcties komen dan in het open databestand te staan en worden overgenomen door het dashboard.

Het databestand registreert op niveau van veiligheidsregio en gemeente. Om tot landelijke gegevens te komen tellen we alle meldingen bij elkaar op. In het aanleverbestand wordt voor sommige meldingen de gemeente en/of veiligheidsregio niet vermeld, omdat die gegevens ontbreken. Die kunnen dan niet op dat niveau worden getoond, maar wel op landelijk niveau.

We berekenen op basis van de absolute aantallen het relatieve aantal positief geteste mensen naar rato van het aantal inwoners. Dit doen we door het aantal positief geteste mensen te delen door het aantal inwoners van Nederland. We geven dit weer als het aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners. Het aantal inwoners wordt gebaseerd op deze CBS-indeling.

De leeftijdsverdeling wordt bepaald op basis van de landelijke cijfers, omdat in het gemeentelijke bestand geen leeftijden worden geregistreerd. Er kunnen daarom kleine verschillen ontstaan tussen de tabel zoals weergegeven in de 'wekelijks update epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland' op de website van het RIVM en zoals weergeven op het dashboard.

De signaalwaarde voor het aantal positief geteste mensen is toegevoegd. Deze bedraagt 7 op de 100.000 inwoners. Dit betekent dat vanaf deze waarde mogelijk het aantal besmettingen te hard oploopt om het virus in de hand te houden. Deze waarde wordt bijvoorbeeld ook in Duitsland gehanteerd. Een signaalwaarde functioneert als een ‘alarmbel’ om met urgentie naar de situatie te kijken. Mogelijk wordt deze waarde in de loop van de tijd verder verfijnd.

Reproductiegetal

Deze gegevens worden wekelijks (op dinsdag) aangeleverd als open data door het RIVM. De waarden zoals weergeven in het bestand worden direct overgenomen op het dashboard. Het reproductiegetal is geen exacte waarde maar een betrouwbare schatting. Voor Rt schattingen minder dan twee weken geleden is de betrouwbaarheid niet groot, omdat de Rt afhangt van de tijd tussen infectie en ziek worden (incubatieperiode) en de tijd tussen ziek worden en melding (rapportagevertraging). Daarom loopt de R-lijn niet door in de laatste twee weken.

Op 11 juni is er een trendbreuk zichtbaar. Vanaf deze datum wordt de R berekend op basis van het aantal positief geteste mensen met COVID-19 en het aantal ziekenhuisopnames. Voorheen werd dit berekend op basis van alleen het aantal nieuwe ziekenhuisopnames. Bij een laag aantal nieuwe ziekenhuisopnames, is het aantal positief geteste mensen een betere basis voor deze berekening.

Andere data en signaalindicatoren

Deze informatie is niet beschikbaar in dit dashboard en nog niet gedeeld met het Ministerie van VWS. Deze zijn daarom niet in dit dashboard opgenomen.

Verpleeghuiszorg: positief geteste bewoners, besmette locaties en sterfte.

Deze informatie over Verpleeghuiszorg wordt dagelijks beschikbaar gesteld door het RIVM en als JSON-file aangeleverd bij het ministerie van VWS. Het RIVM publiceert de informatie gelijktijdig met het beschikbaar stellen aan het Ministerie van VWS ook in een pdf bestand openbaar op de website. De waarden zoals weergeven in het bestand worden direct overgenomen op het dashboard.

Verpleeghuiszorg: aantal besmette locaties

Hierin wordt het aantal verpleeghuizen waarin Covid-19 besmettingen zijn geconstateerd ingeschat, door een koppeling te maken tussen de 6-cijferige postcode van de bewoner en een lijst van verpleeghuizen. Dit komt overeen met ongeveer 15 adressen. Omdat er nog niet met exacte adresgegevens kan worden gewerkt is de meting niet overal nauwkeurig . Het RIVM werkt samen met de GGD-en en het CBS aan een meer nauwkeurige meting. Zodra deze beschikbaar is zal het dashboard daarmee worden bijgewerkt.

Het aantal nieuwe besmette verpleeghuislocaties, komt niet altijd overeen met de stijging in het totaal aantal besmette locaties ten opzichte van de dag ervoor. Dit komt doordat bij nieuwe besmette verpleeghuislocaties alleen het aantal wordt getoond van één dag eerder. Nieuwe meldingen van verpleeghuislocaties komen echter meestal niet alleen binnen over de datum van gisteren maar ook nog van eergisteren of eerder. Het gevolg daarvan is dat het aantal “nieuwe locaties sinds gisteren” niet hetzelfde is als de toename in het totaal aantal verpleeghuislocaties. We werken eraan om dit op korte termijn duidelijker weer te geven.

Aantal besmettelijke mensen

Deze gegevens worden wekelijks (op dinsdag) aangeleverd als open data door het RIVM. De waarden zoals weergeven in het bestand worden direct overgenomen op het dashboard. Daarnaast berekenen we op basis van de absolute aantallen het genormaliseerde aantal besmettelijke mensen. Dit doen we door het aantal inwoners van Nederland te delen door 100.000. Vervolgens gebruiken we het getal dat daaruit komt en delen we het absolute aantal zoals aangeven in het bronbestand. De uitkomst hiervan vormt het getal per 100.000.

Het RIVM baseert de berekening achter het aantal besmettelijke mensen op het aantal meldingen van COVID-19 per dag. Tot 30 juni was deze gebaseerd op het aantal mensen met COVID-19 dat per dag werd opgenomen op de intensive care. Omdat het aantal intensive care opnamen laag is, is het aantal COVID-19 meldingen een meer geschikte indicator om het tijdsverloop in aantal besmettelijke mensen te volgen. Het geschat aantal besmettelijke mensen wordt door het RIVM berekend op basis van het aantal besmettingen en de duur van de besmettelijke periode. De duur van de besmettelijke periode is per persoon verschillend. Deze kan variëren tussen 6 en 10 dagen. Het aantal besmettingen baseert het RIVM op het aantal COVID-19 meldingen. Ook gebruikt het RIVM een omrekenfactor om rekening te houden met het aantal besmettingen dat niet gemeld wordt. De omrekenfactor leidt het RIVM af uit de waargenomen ziekenhuisopnames met COVID 19 en uit het percentage van de mensen met antistoffen in het bloed tegen het virus dat COVID19 veroorzaakt. Het RIVM houdt er rekening mee dat een heel klein percentage van de testen een onterechte positieve uitslag kan geven.

Voor het aantal besmettelijke mensen is geen signaalwaarde beschikbaar omdat dit aantal een inschatting is gebaseerd op een berekening.

Aantal patiënten met eerste melding van COVID-19 klachten bij de huisarts

Van een representatieve steekproef van zo’n 350 huisartsenpraktijken uit heel Nederland ontvangt Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn wekelijks gegevens over verleende zorg aan hun patiënten. Op basis hiervan berekent Nivel het aantal patiënten met een verdenking op COVID-19 in de afgelopen week. Dit doet het Nivel op basis van diagnosecodes die door de huisartsen worden aangevinkt (‘Acute infectie bovenste luchtwegen’, ‘Andere infectie(s) luchtwegen’, ‘Influenza’, ‘Pneumonie’, ‘Andere virusziekte(n)’, ’Andere infectieziekte’, ‘Koorts’, ‘Benauwdheid’, ‘Hoesten’ ) en aanvullende omschrijvingen van de huisarts die wijzen op een verdenking van COVID-19.

Om een grotere precisie te bereiken, berekent het Nivel ook de cijfers van de voorgaande weken opnieuw. Ze nemen daarbij eventueel later bekend geworden gegevens mee. Deze informatie wordt wekelijks (op donderdag) beschikbaar gesteld door Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn en als JSON-file aangeleverd bij het ministerie van VWS. Het bronbestand rapport de aantallen per week. De weeknummers uit dit bestand worden omgezet naar de datum van de zondag van de betreffende week voor weergave op het dashboard. De waarden voor de betreffende weken uit het bestand worden daarbij direct overgenomen voor op het dashboard.

Rioolwatermeting

In rioolwater kun je ziekteverwekkers zoals het nieuwe coronavirus meten omdat die met ontlasting via de wc in het rioolwater komen. Dit onderzoek laat zien hoeveel virusdeeltjes in het rioolwater zitten afkomstig uit ontlasting van een deel van de besmette personen. Op elke locatie testen onderzoekers van het RIVM eens per week rioolwater dat over 24 uur verzameld is. Per week kan het aantal gemeten locaties variëren, omdat niet elke meting succesvol wordt afgerond. In het open data bestand staat per datum bij welke locaties gemeten is. Let op dat de cijfers van vóór 20 juli zijn gebaseerd op circa 28 locaties. De cijfers tussen 20 juli en 31 augustus zijn gebaseerd op circa 80 locaties. Vanaf 31 augustus wordt er gemeten op circa 300 locaties. In het huidige onderzoek kunnen trends in aantallen virusdeeltjes zoals een stijging of daling worden gezien. Meer onderzoek is nodig om conclusies aan deze trends te kunnen verbinden.De aantallen kunnen niet vergeleken worden tussen locaties. Deze duiding volgt nog.

De gegevens worden wekelijks (op dinsdag) geleverd als open data door het RIVM. Met het beschikbaar komen van meer gegevens kan het aantal virusdeeltjes nauwkeuriger bepaald worden. Het RIVM hanteert sinds 18 augustus een aangepaste rekenmethode om het aantal virusdeeltjes per milliliter te bepalen. In het open data bestand staat aangegeven of een meting representatief is of niet, in het dashboard maken we alleen gebruik van representatieve data.

In de grafiek staat op de Y-as het aantal virusdeeltjes in een milliliter rioolwater. Op de X-as staat de datum waarop het het rioolwater is verzameld. Het landelijk en regionale gemiddelde betreft een weekgemiddelde. De som van de geleverde waarden in de week, wordt gedeeld door het aantal locaties waarover meetwaarden voor die week geleverd zijn. De gerapporteerde weken lopen van maandag t/m zondag. De gemeten waarden per afzonderlijke locatie staan in de grafiek op de datum waarop de monstername van het rioolwater is gestart.

De getoonde virusdeeltjes per milliliter kunnen worden beïnvloed door een aantal extra factoren. Regenval bijvoorbeeld kan het aantal gemeten deeltjes per milliliter verlagen, doordat het rioolwater door hemelwater wordt verdund. Ook kunnen aangesloten industriegebieden ditzelfde effect hebben, omdat daar in het rioolwater meestal geen of nauwelijks menselijke ontlasting te vinden is. Tevens kunnen de aantal virusdeeltjes per milliliter zo laag zijn, dat het niet gemeten wordt. Dit leidt dan tot een meting met een waarde van nul deeltjes per milliliter.

Om te bepalen welke locatie tot welke veiligheidsregio behoort, wordt gekeken naar het verzorgingsgebied van de locatie. Dit is het gebied waarvoor de zuiveringsinstallatie afvalwater zuivert. Het RIVM levert per locatie aan voor hoeveel procent deze in een veiligheidsregio valt. Deze verdeling is nog niet volledig accuraat en wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Sommige locaties hebben een verzorgingsgebied dat meerdere veiligheidsregio’s bevat. Indien dat zo is, wordt de locatie op het dashboard volledig toegewezen aan de veiligheidsregio dat het grootste deel van het verzorgingsgebied omvat. Voor het koppelen van locaties met gemeenten wordt momenteel gekeken naar de postcode van de locatie. Met gebruik van de CBS indeling gemeente voor postcode wordt vervolgens deze postcode vertaald naar een gemeente. In een paar gevallen kwam hier geen match uit. Voor die uitzonderingen is handmatig op basis van coördinaten gekeken op de kaart tot welke gemeente de locaties behoren. Let op: deze koppelingen zijn mogelijk niet volledig accuraat, want het verzorgingsgebied van een zuiveringsinstallatie hoeft niet gelijk te lopen met gemeentegrenzen. Er wordt gewerkt aan een meer nauwkeurige koppeling tussen locatie en gemeente.

“Waarde van” en “Verkregen”

"In de tegels van het dashboard wordt de term “Waarde van” gebruikt om aan te geven op wanneer de getoonde waarde betrekking heeft. De term “Verkregen op” wordt gebruikt om aan te geven wanneer de data is ontvangen. Het doel is duidelijker te maken hoe actueel de data is, met name voor indicatoren die altijd terugkijken. Reproductiegetal R bijvoorbeeld wordt één keer per week gepubliceerd door het RIVM maar de waarde voor de laatste bekende R betreft altijd een datum van twee weken geleden. We melden dan bij “Waarde van” de datum van twee weken geleden en “Verkregen op” wanneer de R-waarde voor het laatst is gepubliceerd is door het RIVM (deze week).

Open source data verwerking

Dit dashboard is in korte tijd tot stand gekomen. Het is daarom nog niet gelukt om de code voor het inlezen van de data en het construeren van de JSON- bestanden open source beschikbaar te stellen. Dit zal binnen afzienbare tijd beschikbaar worden gesteld. De code van de webapplicatie is op 5 juni 2020 gepubliceerd op GitHub. De databerekeningen zijn ook beschikbaar via Github.

Update 31 juli over signaalwaarde aantal besmettelijke personen

Oorspronkelijk is op het dashboard gecommuniceerd dat er een signaalwaarde zou komen voor het aantal besmettelijke personen. Op advies van de modelleurs van het RIVM wordt deze niet aan het dashboard toegevoegd. Dit omdat dit een inschatting is die niet puur op berekeningen berust maar ook op aannames, zoals over infectieuze periode.